Louis Bienfait (1862-1933)

(Goor, 20 Januari 1862 - 1933) materiaalkundige. Werktuigkundig ingenieur. - Geb. 20 Jan. 1862 te Goor (O.). - Vader: Jacques Joachim Bienfait, civiel ingenieur; Moeder: Cornelia Schadee. - Geh. 11 Aug. 1893 met Anna Margaretha Elsebetha Maria Gallé, oveii. in 1933. - Kinderen : Jacques Louis, geb. 2 Maart 1895, scheikundig ingenieur, lid der fa. Koning & Bienfait, Proefstation v.Bouwmaterialen. - Geh. met Lucie Gerardine Gentis. Willemiene, geb. 7 Sept. 1897, overl. 18 Sept. 1898; Heriri, geb. 11 Sept. 1900, Dr. in de scheikunde, werkzaam bij de Philipsfabriekeii te Eindhoven, goh. met E. B. van Osselen. - B. bezocht van 1874-1879 de H.B.S. te Rotterdam en studeerde daarna 5 jaren. a. d. toenmalige Polytechnische School te .Delft. Teneinde practische ervaring op te doen vertrok hij naar het buitenland, waar hij eerst een jaar werkzaam was bij het Grusoii Werk te Maagdenburg en daarna een jaar bij de B.A.M.A.G. Ook werkte hij voor korten tijd bij de Engelsche machinefabriek van Gelder's Works. - Weer in Nederland teruggekeerd, kwam hij in dienst bij de firma Charles Remy & Bienfait, doch daar hij in geheel andere richting wenschte te gaan, vestigde hij in 1890 tezamen met N. M. Koning het Proefstation voor Bouwmaterialen en Bureau voor Chemisch Onderzoek te Amsterdam. Bij gelegenheid van zijn aftreden als lid der fa. Koning & Bienfait, in 1930, benoemde de Ned. regeering hem tot Officier i. d. orde van Oranje-Nassau. - B. was in 1910 lid van de jury in één der afdeelingen van de Wereld tentoonstelling te Brussel. Sedert 1919 maakte hij deel uit van de gezondheidscommissie te Amsterdam, tot de opheffing daarvan. Hij was lid der Commissies van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, ingesteld voor Algemeene Voorschriften voor IJzer; voor Bijzondere Voorschriften voor IJzer-Bovenbouw Spoorwegen en van de door den Minister van Waterstaat ingestelde Commissie van Onderzoek naar de Betonproeven voor de Linne-Stuw. - Hij schreef verschillende artikelen, en opstellen over materialen, o.a. in „De Ingenieur" en het „Polytechnisch Weekblad". In de serie rapporten en mededeelingen van den Rijkswaterstaat stelde B. in 1932 een rapport samen betreffende materiaalonderzoek bij den sluisbouw te IJmuiden. In de functie van bestuurslid voor Nederland van het „International Verband für Materialprüfungen der Technik" bezocht hij de volgende internationale congressen: te Parijs in 1900; te Brussel in 1906; te Kopenhagen in 1909; te New-York in 1912 en bij de 3 laatstgenoemde trad hij tevens op als afgevaardigde van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs en de Mij. van Bouwkunst. - Hacquartstraat 4, Amsterdam. (bron: krantenknipsel bij iisg, in memoriam)