Jan Blanken

(1755 - 1838)


(Bergambacht 15 nov. 1755 - Vianen 17 juli 1838), waterbouwkundige. Legde zich vooral toe op het ontwerp van kunstwerken voor de landsverdediging. Was van 1808-1827 IG van de Waterstaat en was voorstander van de normalisatie van de Grote Rivieren en de aanleg van scheepvaartkanalen, w.o. het Noordhollands Kanaal. Met Christiaan Brunings en Adriaan Goudriaan behoorde hij tot de belangrijkste adviseurs van Koning Willem I op waterstaatkundig gebied. Van zijn publicaties noemen we: Memorie van geschiedkundige aanteekeningen over de vroegere binnendijksche waterontlastingen door sluizen en waterleidingen tot in de buitenrivieren en de daarop gevolgde stichting der windwatermolens etc.(1834). Zie ook: J.A.Beijerinck.
Meer info via:

Illustratiebron: Wikimedia Commons: Jan Blanken in 1825 door Jean Augustin Daiwaille

Publicaties digitaal beschikbaar via het Trésor der Hollandsche Waterbouw

klik op de titel voor de publicatie
De link leidt naar een metadata bladzijde op de TU repository, Google Books, of elders, waar de pdf gedownload kan worden. In sommige gevallen wordt de pdf direct gedownload. Als er een bibliotheek-logo staat is het origineel is beschikbaar bij deze bibliotheek (klik voor reservering). geeft link naar het boek in Delpher (of vergelijkbare viewer). opent een kaartje met de locatie.
Klik op de organisatienaam voor een overzicht van alle publicaties van deze organisatie. Klik op de onderwerpnaam voor een overzicht van alle publicaties over dit onderwerp. Klik op de projectnaam voor een overzicht van alle publicaties over dat project
datum org titel project onderwerp bron
1790 KHMW Eerste antwoord op de vraage, voorgesteld door de Hollandsche Maatschappye der Wetenschappen te Haarlem, wegens de geschiktste middelen, om de voornaamste gebreken in de ordinaire scheprad-molens te verbeteren. gemalen Verh. Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, Haarlem, deel 24 pp1-38
1796 Verhandeling over het aanleggen en maaken van zoogenaamde drooge-dokken in de Hollandsche zeehavens : bijzonder toegepast op de gelegenheid van 's lands dok en werf te Hellevoetsluis. Dirk Vis, Rotterdam
1802 Nader en meer uitvoerig verslag van s Lands nieuwe stoom-machine te Hellevoetsluis in 1802, onder directie van J. Blanken Jansz. gemalen
1808 Nieuw ontwerp tot het bouwen van min kostbare sluizen, welke alle de vereischten der bekende sluizen bezitten, en daar en boven de steeds ontbrekende, meer uitgebreide, nuttigheden van dezelve, vervullen kunnen sluizen Gebr. Van Cleef, 's-Gravenhage
1808 Antwoord aan A.F. Goudriaan tot wederlegging van deszelfs in druk uitgegeven bedenkingen, wegens een nieuw ontwerp der sluizen van zijnen ambtgenoot. sluizen Gebr. van Cleef, 's-Gravenhage
1809 KHMW Verhandeling ter beantwoording der vraag, door de Koninklijke Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, op verzoek van de regering van Amsterdam voorgesteld, over de oorzaken van de toenemende opslibbing van het Y, en de middelen tegen dezelve Joh. Allart, Amsterdam
1815 Memorie betrekkelijk de ontwerpen ter afleiding naar zee van de gevaarvolle Hooge Opperwateren in Neder Rijn en Lek, Waal, Maas en Merwede... Nieuwe Merwede
1815 Waterstaatkundige kaart der hoofdrivieren in de noordelijke provincien van het Koningrijk der Nederlanden ... ter verklaring van de ontwerpen, zoo der afleidings en militaire inundatie sluizen, als betrekkelijk de overlaten ....
1817 RWS Memorie over het zoogenaamde verhang in den waterspiegel van de voornaamste kanalen en boezems: mitsgaders over de ruimten der sluizen, met de verder bestaande middelen en werktuigen tot uitwatering van de lage landen en meeren, (in 4 provinciën) Steenenhoek Van Paddenburg en Van Dijk, Utrecht
1818 RWS Kaart behoorende tot de grondbeginselen van het ontwerp der Nieuwe Merwede, en de bedijking van de Oude Merwede en den Biesbosch of het Bergsche Veld in 1818 Nieuwe Merwede Polders J. Blanken, Memorie ter verklaring van de grondbeginselen. Amsterdam 1819.
1819 Beschouwing over de uitstrooming der Opper Rijn- en Maas-wateren door de Nederlandsche rivieren tot in zee : benevens de overwegingen dezer beschouwing van de heeren Goudriaan, Van Utenhove, Moll en Donker Curtius Nieuwe Merwede Pieper en Ipenbuur, Amsterdam
1819 RWS Vervolg-memorie ter oplossing van bijzondere bedenkingen tegen het ontwerp tot het herleiden en vereenigd openen van de zoogenaamde Werkendamsche killen, in eene nieuwe Merwede, en daarmede verbondene bedijkingen van de oude Beneden Merwede, den Biesbosch Nieuwe Merwede Schmidts & Cie, Amsterdam
1819 Memorie, ter verklaring van de grondbeginselen, waarop rustende zijn, de beschouwingen, en de daarbij voorgestelde ontwerpen, tot het .... openen, van de ... Werkendamse killen, in ééne nieuwe Merwede,... Nieuwe Merwede Pieper & Ipenbuur, Amsterdam
1820 Kort overzigt betrekkelijk op den waters-nood in Januarij 1820 : aan Zijne Majesteit, den Koning der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, groot-hertog van Luxemburg, enz., enz., enz., aangeboden overstromingen
1820 RWS Kort bijvoegsel tot de vervolg-memorie ter oplossing van bijzondere bedenkingen tegen het ontwerp, tot het herleiden en vereenigd openen van de z.g. Werkendamsche killen in eene nieuwe Merwede enz. Nieuwe Merwede Schmidts & Cie, Amsterdam
1820 [Kaart van de overstrooming des geheelen ring der bedijking van 't Pannerdensche kanaal tot aan den Noord tusschen Dordrecht en Krimpen in 1809 en 1820]
1821 RWS Nota ter algemeene overdenking wegens de bedreigde veiligheid der provinciën Holland, Utrecht en Gelderland, bijzonderlijk .. met de landen van Heusden en Altena, door de jaarlijks opklimmende gevaren voor overstroming bij IJsgang en hoog rivierwater rivierwerken Schmidts & Cie, Amsterdam
1823 RWS Memorie betrekkelijk den staat der rivieren in opzigt harer bedijkingen, der dijkbreuken en der overstroomingen..., benevens de daarin opgeslotene aanmerkingen op het Proef-ontwerp tot sluiting van den Neder Rijn en Lek.. rivierwerken O.J. van Paddenburg en O.J. van Dijk, Utrecht
1823 Memorie van korte aanteekingen, wegens de geaardheid der grondlagen, benevens derzelver hoogten en diepten, voor zoover deze bij nauwkeurig onderzoek in de nabijheid van het groot Amsterdamsche Kanaal, door Noord-Holland, tusschen het IJ (en Texel) Werkzaamheden der 1e klasse van het Kon.Inst van Wetenschappen, 6e deel, pp103-123
1827 RWS Memorie over de proefmalingen, welke zijn gedaan met de Culemburgsche wind-wipmolens, no. 5 en 7, gemalen O.J. van Paddenburg, Utrecht
1828 Waterstaat- en werktuigkundig betoog, tot het weder in gebruik stellen, en geenszins verlaten, der nog overige vijf voormolens van den Zederikboezem bij Ameide gemalen O.J. van Paddeburg, Utrecht
1828 Verhandeling over het bekende ontwerp, ter vereenvoudiging van de rader- en gaande werken der gewone windwatermolens enz. gemalen De Vriend des Vaderlands (tijdschrift),2e deel, p 99-121; Johannes van der Hey, Amsterdam
1829 Memoriën over de hooge aangelegenheid van den Noorder Lekdijk en zijne sluizen dijken Van Paddenburg en Comp., Utrecht (66 blz+ plaat)
1829 Korte verhandeling over het vereenvoudigings stelsel in de raderwerken van onze gewone poldermolens met de waarnemingen, die eene dubbele uitwerking bevestigen. gemalen De Vriend des Vaderlands (tijdschrift),derde deel, Johannes van der Hey & Zn, p333
1834 Memorie van geschiedkundige aanteekeningen, over de vroegere binnendijksche waterontlastingen door sluizen en waterleidingen tot in de buitenrivieren en de daarop gevolgde stichting der waterwindmolens, met derzelver lage- en hooge boezems... rivierafvoer N. van der Monde, Utrecht
1835 1ste vervolg-memorie van geschiedkundige aanteekeningen, over de vroegere binnendijksche waterontlastingen door sluizen..tot in de buitenrivieren... rivierafvoer N van der Monde, Utrecht
1836 RWS Verhandeling over de algemeene rivier en waterstaatkundige ontwerpen, welke van de vorige eeuwen, tot op heden gevormd en uitgevoerd, of nog in overweging zijn : met de uitwerkselen tot op den tegenwoordigen tijd, ... toegelicht door eene kaart, waarop de rivierwerken N. van der Monde, Utrecht
1838 Bijdragen... over de boven- en beneden-rivieren, hoe derzelver wateren van de hooge Alphische gebergten door de Boden-zee, en vervolgens nederwaarts door den Boven- en Beneden-Rijn, de Waal en de Maas...zich hebben moeten ontlasten (97pp) rivierafvoer N. van der Monde, Utrecht